MUSICAL 2.0

Interview | Martijn Vogel

Toen Martijn Vogel pas twaalf jaar oud was, speelde hij al de rol van Kurt in The Sound of Music. Dat hij dertien jaar later opnieuw in deze productie zou staan, maar nu in de volwassen rol van Rolf, was een van zijn jeugddromen die uitkwam. Dit theaterseizoen was Martijn te zien als Doody in de reizende feel good musical Grease. Na een jaar lang door heel Nederland gereisd te hebben, moest hij echter opnieuw afscheid nemen van zijn ‘huidige theaterfamilie’.

“Het is niet dat ik gehuild heb toen Grease er definitief op zat, maar je realiseert je wel na het spelen van de laatste voorstelling dat het nu écht klaar is. Nu gaan we allemaal weer onze eigen weg. Het gekste is misschien nog wel dat je elkaar als groep zijnde nooit meer in precies deze samenstelling zal tegenkomen. Dat gaat gewoon niet meer gebeuren. Al organiseer je een reünie, dan nog zijn er altijd wel mensen die er niet bij kunnen zijn. Die realisatie is gek. Wanneer ik een productie afsluit, neem ik afscheid van mijn ‘huidige familie’, maar weet ik dat ik bij een volgende productie weer een ‘nieuwe familie’ krijg. Ieder seizoen gebeurt dat opnieuw. De dag na de laatste voorstelling van Grease zaten we trouwens alweer met een groepje uit de cast op een terras in Amsterdam. Dus we hadden nog niet helemaal afscheid van elkaar genomen, haha!

De laatste voorstelling
Je merkt tijdens het spelen van de laatste voorstelling aan alles dat het de allerlaatste is. Elke scène, elk nummer, elke zin is de laatste keer. Daar kwam voor mij nog eens bij dat de laatste voorstelling sowieso even flink stressen was. Ik werd op die zaterdag namelijk wakker zonder stem. Het hele seizoen lang had ik maar één voorstelling gemist. Ik zou nu toch niet op mijn laatste dag ziek worden? Dat je je dan uitgerekend tijdens die laatste voorstelling moet inhouden en niet alles kunt geven… Ik heb toen vier uur lang oefeningen gedaan om mijn stem op te warmen. Gelukkig kwam hij daardoor weer redelijk terug. Ik wilde nog één keer in mijn solonummer ‘Dagen en Nachten’ alles kunnen geven. Dat mijn stem dan even zou kraken of misschien even niet helemaal meewerkt zoals ik dat wil, dat is dan maar zo. Ik heb het 220 keer kunnen spelen mét stem, dus nu die allerlaatste keer ook! Op het moment dat het moest gaan gebeuren, heb ik onwijs veel kracht gehaald uit het ensemble dat om me heen stond en me heeft aangemoedigd. Het ging echt super goed en ik heb alles gegeven. Daarna was mijn stem ook weer helemaal weg, maar toen mocht het.

 

'Ik kon op mijn twintigste al op zoek naar nieuwe dromen’

 

Nu ik terugdenk aan het afgelopen seizoen, realiseer ik me hoe fantastisch het is geweest met Grease. Juist ook omdat de cast uit een hele jonge groep bestond. Iedereen stond open voor ideeën en de sfeer buiten de voorstellingen om was erg goed. Als je met een jonge groep werkt, staat iedereen er nog zo bleu en onbevangen in. Wat heel gek is om te zeggen eigenlijk, want ik ben zelf ook nog maar 25 jaar. Desondanks was ik met mijn 25 jaar wel een van de oudsten van de groep. Sinds mijn afstuderen ga ik toch alweer zes jaar mee in het musicalvak. Daardoor ben ik dingen anders gaan benaderen dan de castleden die nét van een opleiding komen of zelfs nog stagelopen. Door ervaring ga je bijvoorbeeld praktischer nadenken over bepaalde zaken. Je hebt dingen al meegemaakt en daardoor weet je hoe je iets het beste kunt aanpakken. Dat geeft rust.
          Toen ik in 2011 in Wicked speelde, was ik zelf de jongste van de groep. Op persoonlijk vlak heb ik mij sindsdien enorm ontwikkeld. Nog steeds ben ik, net als toen, heel ambitieus, maar tijdens Wicked moest alles naar mijn gevoel nog nú gebeuren. Tegenwoordig ben ik veel rustiger en bekijk ik dingen meer stap voor stap. Ik weet nog goed dat ik Wicked voor het eerst zag in New York toen ik een jaar of twaalf was en bij mezelf dacht dat áls ik ooit zelf in Wicked zou staan, ik kon stoppen. Dan was mijn levensdroom uitgekomen. Datzelfde zei ik over Spring Awakening toen ik die voorstelling zag op Broadway. In 2011 heb ik de kans gekregen om zowel Wicked als Spring Awakening in één seizoen te doen. Toen kon ik op mijn twintigste al op zoek naar nieuwe dromen, haha!

 

‘Ik heb het hele seizoen lang mijn haar moeten verven!'

 

Geverfd haar
Als ik ergens auditie voor ga doen, weet ik precies waarvoor ik auditie kom doen en voor welke rol. Daarvoor ga ik tot het uiterste. Bij Jersey Boys bijvoorbeeld wilde ik gaan voor de rol van Joe Pesci en cover van Frankie Valli. Speciaal voor die auditie heb ik toen mijn haar bruin geverfd. Ik ben van mezelf zo Hollands als maar zijn kan, maar in Jersey Boys zitten natuurlijk allemaal Italianen. Ik wist dat ze mij bij die auditie dan niet moesten zien met mijn fel blonde haren en blauwe ogen. Bij de kap en grime van The Little Mermaid heb ik mijn haren, wimpers en wenkbrauwen laten verven. Oók had ik nog kleurlenzen gekocht, maar die kreeg ik met geen mogelijkheid in, dus dat was helaas niet gelukt... Niemand herkende me door mijn nieuwe look tijdens de auditie. Maar ja, uiteindelijk werd ik wel aangenomen! Ik had mezelf hiermee overigens wel een beetje in de vingers gesneden, want ik heb vervolgens het hele seizoen lang mijn haar moeten verven voor de voorstelling!
          Als cover van Tim Driessen heb ik uiteindelijk ook nog bijna dertig keer op gemogen als Frankie Valli. Zonder twijfel is dat ook wel het vetste wat ik ooit heb gedaan in mijn carrière. Jersey Boys heeft, samen met Wicked overigens, persoonlijk veel voor mij betekend. In het jaar dat ik Frankie Valli heb mogen spelen, heb ik me ontzettend kunnen ontwikkelen. Ik ben daar heel dankbaar voor, maar heb er ook veel voor moeten laten. Een jaar lang heb ik als een soort non geleefd door niet te drinken, niet uit te gaan en op mijn eetgedrag te letten. Het is dan echt topsport. Maar hetgeen dat ik ervoor teruggekregen heb, is zóveel meer waard dan wat ik er toen voor heb moeten laten. Wanneer ik namelijk op mocht als Frankie Valli, leefde ik even in een soort bubbel. Je gaat bijna niet van het podium af en er staan overal op onopvallende plekken flesjes water en gembersnoepjes voor je klaar, omdat je aan een stuk door moet kunnen performen. Oh man, wat was dat allemaal gaaf…

 

'Hij zei ‘dat ik wel leuk had gezongen’

 

Steun, trots en toeverlaat
Voor mij heeft musical op een positieve manier mijn jeugd bepaald. Ik weet namelijk al mijn hele leven lang wat ik wil en dat is theater. Er zijn mensen die de dertig al gepasseerd zijn en nog steeds niet weten wat ze met hun leven willen, terwijl ik dat al vanaf mijn elfde weet. Toen ik elf jaar oud was, ging ik auditie ging doen voor The Sound of Music. Op de parkeerplaats liepen overal meisjes met vlechtjes in het haar en de jongens hadden het haar in een scheiding gekamd om alvast zo veel mogelijk op de betreffende kinderrollen te lijken. Ik had dat toen allemaal niet en mijn moeder zei tegen mij: ‘’Zullen we anders gewoon even lekker naar de McDonalds?’’. Maar ik wilde die auditie té graag doen en toen zijn we er ook voor gegaan. Dat mijn moeder dat zei, was heel lief. Mijn ouders hebben me namelijk enorm gestimuleerd tijdens mijn jeugd, maar nooit gepusht. Elke auditie en elke kinderrol heb ik gedaan omdat ik het zelf wilde doen. Dat is heel belangrijk voor een kind.
          Dat stimuleren doen ze nog steeds trouwens, net als mijn broer. Al is het niet zo dat ze nou zo onwijs vaak komen kijken. Ze zien een voorstelling meestal één keer. Behalve mijn moeder dan, die komt vaak ook nog de laatste voorstelling kijken en wellicht nog een keer tussendoor als het toevallig in de buurt is. Mijn broer daarentegen heeft helemaal niets met musical, dus die moet ik altijd echt meeslepen. Toen ik Frankie Valli speelde, zei hij na afloop dat ik ‘wel leuk had gezongen’. Dat is normaal gesproken de ergste belediging die iemand mij op zo’n moment kan geven, maar van mijn broer pik ik dat. Dat is zijn manier van zeggen dat hij trots op me is.
          Wanneer mijn vader echter zegt dat hij trots op me is, raakt me dat misschien wel het meeste. Ik weet ook niet precies waarom, want hij heeft me altijd gesteund in mijn ambities. Ik zie het dus helemaal niet als een bewijsdrang of iets dergelijks tegenover hem, maar hij zegt het gewoon niet zo vaak. Zo’n type man is het ook niet. Mijn vader is ook niet per se een grote fan van musicals. De uitzondering daarop is Jersey Boys geweest. Daar is hij gewoon zes(!) keer naar komen kijken. Dan kwam hij soms zelfs in zijn eentje naar de voorstelling toe en was hij helemaal trots. Na afloop van de voorstelling zei hij dat dan ook tegen me. Toentertijd is dat een van de eerste keren geweest dat hij dat tegen me zei, sinds het begin van mijn carrière. Dat deed echt wat met me. Op zo’n moment kan ik trots zijn op mezelf.”

Volgende keer is het de beurt aan Tony Neef om middels een uitgebreid interview én een door jullie samengestelde Q&A aan de tand gevoeld te worden