MUSICAL 2.0

Interview | Aimée de Pater 'De musicalwereld is keihard'

Aangenomen worden op een musicalopleiding; het is de droom van vele jonge talenten. Er doen jaarlijks honderden leerlingen auditie voor de verschillende vakopleidingen en maar slechts een klein aantal wordt toegelaten. Eén van die gelukkige talenten is Aimée de Pater. Zij studeert sinds vorig schooljaar aan de Fontys Academie voor Musicaltheater.

"Bij het bezoeken van de open dag van het Fontys wist ik gelijk dat dit mijn plekje was. Vanaf dat moment heb ik andere opleidingen in het land niet eens meer overwogen en me alleen ingeschreven voor de auditie van het Fontys in de richting van musicaltheater. Achteraf gezien was dat een onwijs domme actie natuurlijk, want daardoor had ik helemaal geen plan B. De audities zijn streng en hoeveel ervaring je ook hebt, het is zeker geen garantie dat je wordt aangenomen. Ik had bijvoorbeeld ook al de vooropleiding aan het Fontys gedaan, maar tijdens zo’n auditieproces begint iedereen gewoon weer op nul. Daar kwam nog eens bij dat ze in eerste instantie maar vier leerlingen zouden aannemen in plaats van de gebruikelijke acht.

Toen ik werd gebeld dat ik was aangenomen, kon ik het in eerste instantie niet geloven. Hadden ze mij gekozen uit al die aanmeldingen? Daarbij kwam er nog een probleem om de hoek kijken; ik had namelijk mijn eindexamens nog niet gehaald en moest een vak herkansen. Niets was voor mij nog zeker op dat moment. Dat was een heel dubbel gevoel, want ik was er nu zó dichtbij, maar tegelijkertijd werd de druk flink opgevoerd om die herkansing te moeten halen. Het zou me toch niet gebeuren dat ik was aangenomen op het Fontys en vervolgens niet zou slagen voor mijn eindexamens? De spanning die van me afviel toen dat wél lukte, was groot. Ik kon het eindelijk hardop zeggen: ‘Ik ga naar het Fontys!’"


Het eerste jaar
"Het schooljaar begon met de introductieweek. Daar leerde ik mijn klasgenoten kennen en vond de zogenaamde ‘nulmeting’ plaats. Voor het eerst krijg je dan te zien wat iedereen kan. Met die meting bepalen ze bijvoorbeeld van welke docent je zangles krijgt, want iedereen heeft een ander stemgeluid en dus een andere docent nodig om die stem optimaal te kunnen ontwikkelen.

In de tweede week begint de opleiding eigenlijk pas echt. Vanaf dat moment gaat je officiële lesrooster in en heb je schooldagen van kwart voor negen tot acht uur in de avond. De dagen worden ingevuld met lessen in onder andere moderne dans, jazz, klassiek, tap, spel en improvisatie. Daarnaast krijg je ook lessen als Duitse taal, solfège (muziektheorie), musicalgeschiedenis en ‘Mubra’. Dat laatste is een vak onder leiding van je SLB-docent (Studieloopbaanbegeleider, red.) om jouw eigen musicalvisie te ontwikkelen. Het bestaat vooral uit praten over het vak. Je bezoekt bijvoorbeeld tien verschillende voorstellingen per jaar, waarover je reflectieverslagen schrijft. Het leert je kritisch kijken naar musicals en het theatervak zelf. De toetsing van alle vakken vindt plaats in de tentamenweken. Hierin word je beoordeeld in de verschillende vakken en moet je natuurlijk voldoendes scoren om je propedeuse aan het einde van het jaar te kunnen halen. In de laatste fase van het schooljaar werk je gezamenlijk toe naar een eindvoorstelling, waarmee je het jaar afsluit."
 
Tegenslagen
"In eerste instantie is de opleiding best heftig, want het is een compleet ander ritme dan je gewend bent van bijvoorbeeld de middelbare school. In plaats van studeren uit boeken, is alles fysiek geworden. Je lichaam moet dan ook wennen aan dit nieuwe ritme. Het is belangrijk dat je daarbij ook de grenzen van je lichaam leert kennen. Afgelopen jaar heb ik bijvoorbeeld redelijk wat blessures gehad, omdat ik altijd maar door wilde blijven gaan. Altijd doorgaan zorgde ervoor dat ik mijn zwaktes kon verbergen. Stom is dat eigenlijk, hè? Ik hou er zelf niet van als mensen zich te snel aanstellen, dus dan wil ik ook niet dat mensen dat van mij denken. Doorgaan en hard blijven werken hielp mij, dacht ik. Dat is echter niet altijd zo en daarom liep ik dus tegen blessures aan. Mensen hadden me er al voor gewaarschuwd. Ik moest het rustiger aan gaan doen, maar in eerste instantie luisterde ik daar niet naar. Maar goed, ook van tegenslagen leer je. Nu weet ik beter waar mijn grenzen liggen en herken ik de signalen die mijn lichaam geeft eerder. Dat wil overigens niet zeggen dat elk klein pijntje mij nu tegenhoudt om alles te geven, hoor!"
 
Toekomst in het musicalvak
"Eerlijk is eerlijk, de musicalwereld is keihard. Uit ons jaar op het Fontys zullen er uiteindelijk maar één of twee het in zich hebben om ooit een hoofdrol te kunnen spelen. Sterker nog, we hebben überhaupt helemaal geen garantie op een baan later. De opleiding doet er nu alles aan om je zo goed mogelijk voor te bereiden op de praktijk, maar na vier intensieve studiejaren hebben zij hun werk gedaan en ligt het puur aan jezelf. Dan moet je zelf knokken voor je plekje in het vak.

Er is maar een beperkte vraag in Nederland naar musicalacteurs. Die vraag is in Engeland of Duitsland veel groter. Daarom zou ik ook zeker overwegen om te auditeren voor een productie in Duitsland. Dat lijkt me heel tof, al moet ik dan nog wel even hard gaan werken aan mijn Duits, haha! Het Fontys probeert ons nu al op die situatie voor te bereiden en dus krijgen we Duitse les, waarbij de focus ligt op uitspraak. Wie weet waar ik ooit beland? Van kleins af aan heb ik altijd geroepen: als ik Nederland zou verlaten, dan zou dat zijn voor Duitsland. Wel om in een musical te kunnen spelen uiteraard. Het land heeft een soort aantrekkingskracht voor veel musicalacteurs, wat ik dolgraag eens mee zou maken. Voorlopig heb ik echter eerst nog twee mooie jaren te gaan op het Fontys. Wat daarna komt, zien we dan wel weer!"